---
title: "Jozua 10-11"
book: "Jozua"
book_slug: "jozua"
passage: "Jozua 10-11"
passage_en: "Joshua 10 - 11"
episode: 10
series: "Vers voor Vers"
teacher: "Steve Gregg"
publisher: "Vers voor Vers"
language: "nl"
url: "https://versvoorvers.org/jozua/10-11"
markdown_url: "https://versvoorvers.org/jozua/10-11.md"
audio_url: "https://media.versvoorvers.org/jozua/10-11.mp3"
source_url: "https://thenarrowpath.com"
published: "2026-10-23"
duration: "PT1H33S"
bible_translation: "HSV"
citation: "Steve Gregg, «Jozua 10-11», Vers voor Vers, https://versvoorvers.org/jozua/10-11"
license: "Lezing van Steve Gregg (The Narrow Path), Nederlandse uitgave Vers voor Vers. Vrij te delen met bronvermelding en link naar https://versvoorvers.org; overname elders in overleg via info@versvoorvers.org. Bijbeltekst HSV."
---

# Jozua 10-11

> De zon staat stil boven Gibeon

## Samenvatting

Steve Gregg bespreekt hoe Jozua de Gibeonieten te hulp komt en vervolgens de zuidelijke en noordelijke koninkrijken van Kanaän verslaat. Hij besteedt veel aandacht aan het stilstaan van de zon, bespreekt verschillende verklaringen en verdedigt de traditionele uitleg als een uniek wonder, terwijl hij het verhaal over bevestiging door NASA afwijst. Ook legt hij uit dat Israël de buitgemaakte paarden en strijdwagens onbruikbaar moest maken om op God te blijven vertrouwen. Tot slot verduidelijkt hij dat de verovering van het hele land niet betekende dat alle vijanden verdwenen waren, en vergelijkt hij de resterende strijd met de blijvende strijd tegen het vlees in het christelijke leven.

## Hoofdstukken

1. [Gibeon kiest voor Gods volk](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h1) — 0:02
2. [Vijf koningen vallen Gibeon aan](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h2) — 3:52
3. [Jozua komt zijn bondgenoten te hulp](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h3) — 6:14
4. [God verslaat de vijand met hagelstenen](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h4) — 8:13
5. [De stilstaande zon en het Boek des Oprechten](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h5) — 12:04
6. [Jozua beveelt de zon stil te staan](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h6) — 15:02
7. [De draaiende aarde en Gods almacht](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h7) — 16:56
8. [Lichtbreking en dichterlijke taal](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h8) — 21:26
9. [De betekenis van het bevel aan de zon](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h9) — 23:15
10. [Het NASA-verhaal over een ontbrekende dag](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h10) — 26:11
11. [De vertelvolgorde van het Oude Testament](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h11) — 29:57
12. [De vijf koningen opgesloten in een grot](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h12) — 33:03
13. [De terechtstelling van de vijf koningen](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h13) — 35:33
14. [De verovering van de zuidelijke steden](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h14) — 38:54
15. [Debir en de grenzen van het veroverde gebied](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h15) — 42:44
16. [Israëls opmars van het midden naar het zuiden](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h16) — 44:51
17. [Het noordelijke leger met paarden en wagens](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h17) — 46:30
18. [Vertrouwen op God in plaats van strijdwagens](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h18) — 50:41
19. [De overwinning bij Merom en de val van Hazor](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h19) — 53:44
20. [Het veroverde land en de verdreven reuzen](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h20) — 56:05
21. [Het land is gewonnen, de strijd gaat verder](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h21) — 57:57

## Tekst

Elke alinea sluit met `^p<n>`; de permalink naar die alinea is https://versvoorvers.org/jozua/10-11#p<n>.

### 1. Gibeon kiest voor Gods volk

*0:02 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h1*

We gaan nu naar het tiende hoofdstuk van Jozua, waar de Gibeonieten de gevolgen ondervinden van hun besluit om zich met de Israëlieten te verbinden. De Israëlieten waren in oorlog met heel het land Kanaän en alle steden van de Kanaänieten. Maar deze vier steden van de Gibeonieten besloten dat ze niet aan de kant van hun eigen volk zouden strijden, maar de kant van Israël zouden kiezen. Dat betekent niet dat Gibeon zich bij het leger van Israël aansloot en eropuit trok om tegen de anderen te vechten. Maar ze kozen in elk geval de kant van Israël en sloten vrede met Israël. Dat namen de andere Kanaänieten hun natuurlijk kwalijk. Het was een daad van verraad.

^p1

In hoofdstuk 10:

^p2

> Het gebeurde, toen Adoni-Zedek, de koning van Jeruzalem, gehoord had dat Jozua Ai ingenomen en het met de ban geslagen had, en met Ai en zijn koning hetzelfde gedaan had als hij met Jericho en zijn koning gedaan had, en dat de inwoners van Gibeon vrede met Israël gesloten hadden en in hun midden verbleven,
>
> — Jozua 10:1

^p3

Jeruzalem was in die tijd natuurlijk een Kanaänitische stad. Wij denken bij Jeruzalem aan de hoofdstad van Israël of van Juda, maar het was nog niet veroverd en daarom was het nog steeds een Kanaänitische stad. Het werd eigenlijk pas veel later, in de tijd van David, voorgoed veroverd. Maar:

^p4

> [1] Het gebeurde, toen Adoni-Zedek, de koning van Jeruzalem, gehoord had dat Jozua Ai ingenomen en het met de ban geslagen had, en met Ai en zijn koning hetzelfde gedaan had als hij met Jericho en zijn koning gedaan had, en dat de inwoners van Gibeon vrede met Israël gesloten hadden en in hun midden verbleven, [2] dat zij zeer bevreesd werden. Gibeon was immers een grote stad, als een van de koninklijke steden. Ja, het was groter dan Ai, en al zijn mannen waren sterk.
>
> — Jozua 10:1-2

^p5

We zien dat Gibeon geen slap stadje was. Het was een grotere stad dan Ai. Het was zelfs een koninklijke stad, en al zijn mannen waren sterke mannen. Je zou kunnen denken dat de Gibeonieten misschien dachten: ‘Wij zijn behoorlijk sterk. We kunnen het wel tegen die Israëlieten wagen.’ Maar dat deden ze niet. Hoewel ze sterk waren, erkenden ze hun kwetsbaarheid en dat God hen kon verslaan.

^p6

Met andere woorden, de overgave van Gibeon aan Israël wees er niet op dat Gibeon een zwakke stad was die bijzonder kwetsbaar was, kwetsbaarder dan andere steden. Het kwam niet doordat ze bijzonder kwetsbaar of zwak of onzeker waren. Het kwam, denk ik, eerder voort uit een actief verlangen om naar de kant van Gods volk over te gaan. Ook al moesten ze dienaren worden in het huis van de Heere, het waren sterke mannen. Maar ze gaven hun vrijheid als stad op om slaven van Gods volk te worden en in het huis van God te dienen.

^p7

Dat doet me trouwens denken aan Psalm 84:10, waar de psalmdichter zegt:

^p8

> Want één dag in Uw voorhoven is beter dan duizend elders ; ik verkoos liever te staan op de drempel van het huis van mijn God dan lang te wonen in de tenten van de goddeloosheid.
>
> — Psalmen 84:11

^p9

Vertalersnoot: de spreker leest hier in zijn Engelse vertaling ‘doorkeeper’, oftewel ‘deurwachter’. De HSV spreekt van ‘staan op de drempel’. Zijn verwijzing Psalm 84:10 correspondeert met Psalm 84:11 in de HSV.

^p10

Psalm 84:10. Zo waren de Gibeonieten. Ze werden deurwachters, of eigenlijk andere soorten dienaren, houthakkers en waterdragers in het huis van God, liever dan bij de goddelozen te wonen en zich met hen te verbinden. Dat namen de goddelozen, hun buren, hun kwalijk.

^p11

### 2. Vijf koningen vallen Gibeon aan

*3:52 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h2*

Daarom, Jozua 10:3:

^p12

> Daarom stuurde Adoni-Zedek, de koning van Jeruzalem, boden naar Hoham, de koning van Hebron, en naar Piream, de koning van Jarmuth, en naar Jafia, de koning van Lachis, en naar Debir, de koning van Eglon, om te zeggen:
>
> — Jozua 10:3

^p13

> Kom naar mij toe en help mij, en laten wij Gibeon verslaan, omdat het vrede gesloten heeft met Jozua en de Israëlieten.
>
> — Jozua 10:4

^p14

Let op, hij zegt niet: ‘Laten we een bondgenootschap sluiten en Jozua en Israël aanvallen.’ Ik weet niet of ze wel genoeg ruggengraat hadden om dat te overwegen. Maar ze wilden Gibeon min of meer straffen omdat het de verkeerde kant had gekozen. Het lijkt op wat Petrus zei over christenen die zich bekeerd hebben en hun heidense vrienden niet langer naar de zin zijn. Er staat:

^p15

> Daarbij bevreemdt het hun dat u niet meeloopt in dezelfde uitbarsting van losbandigheid, en zij belasteren u .
>
> — 1 Petrus 4:4

^p16

Ze vervolgen je omdat je niet meer aan hun kant staat. Je staat aan Gods kant en daarvoor willen ze je straffen.

^p17

> [5] Toen verzamelden de vijf koningen van de Amorieten zich en trokken op: de koning van Jeruzalem, de koning van Hebron, de koning van Jarmuth, de koning van Lachis en de koning van Eglon, zij en al hun legers. Zij sloegen hun kamp op bij Gibeon en streden ertegen. [6] Toen stuurden de mannen van Gibeon boden naar Jozua in het kamp bij Gilgal om te zeggen: Trek uw handen niet af van uw dienaren, kom haastig naar ons toe, en verlos ons, en help ons. Want alle koningen van de Amorieten die in het Bergland wonen, zijn bijeengekomen om tegen ons te strijden .
>
> — Jozua 10:5-6

^p18

Ik weet niet hoe ze een boodschapper erdoorheen hebben gekregen. Maar je ziet dit vaak in de Schrift: een stad wordt belegerd en dan sturen ze een boodschapper naar buiten om hulp te halen. Ik weet niet hoe die boodschapper langs het belegerende leger komt. Misschien sluipt hij er 's nachts uit, of zijn er geheime tunnels. Misschien kon niet de hele bevolking ontsnappen, maar kon één man er wel doorheen komen. Of misschien kregen de Gibeonieten van tevoren bericht dat deze strijdmacht tegen hen optrok. Dus zeiden ze: ‘We kunnen maar beter om hulp sturen’, en kwam de boodschapper naar buiten voordat de invallers aankwamen.

^p19

### 3. Jozua komt zijn bondgenoten te hulp

*6:14 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h3*

Hoe dan ook, Jozua kreeg het bericht. Je kunt je gemakkelijk voorstellen dat Jozua zou zeggen: ‘God gaat het probleem oplossen dat ik hier voor mezelf heb veroorzaakt. Ik heb dit verbond gesloten met deze mensen met wie ik geen verbond had mogen sluiten. Ik kan het niet verbreken, maar niemand zegt dat die andere koningen hen niet mogen uitroeien. Als die andere koningen hen uitroeien, dan zijn wij ervan af.’ Maar in plaats daarvan zegt Jozua: ‘Nee, we hebben een verbond met hen gesloten. Het zijn onze dienaren. Zoals meesters verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van hun dienaren, zo zitten wij opgescheept met deze last van de Gibeonieten.’

^p20

> [7] Toen trok Jozua op van Gilgal, hij en al het krijgsvolk met hem, en alle strijdbare helden, [8] want de HEERE had tegen Jozua gezegd: Wees niet bevreesd voor hen, want Ik heb hen in uw hand gegeven. Niemand van hen zal voor u standhouden.
>
> — Jozua 10:7-8

^p21

> Toen kwam Jozua onverwachts bij hen. Heel de nacht door was hij vanuit Gilgal opgetrokken.
>
> — Jozua 10:9

^p22

Volgens mij is het ongeveer twintig mijl van Gilgal naar Gibeon. Dat is een hele nacht marcheren. Ik heb zelf eens op een nacht twintig mijl gelopen. Ik was naar huis aan het liften en kon geen lift krijgen, dus liep ik naar huis. Het was twintig mijl en het duurde de hele nacht. Dus ik weet wat het is om een hele nacht te marcheren, over ongeveer diezelfde afstand. Maar dat betekent natuurlijk dat Jozua en zijn troepen daar aankwamen zonder een nacht geslapen te hebben en nadat ze twintig mijl hadden gemarcheerd. Ze kwamen dus niet bepaald fris aan voor de strijd. Ze kwamen aan alsof ze er al bijna een dag hard werken op hadden zitten, met hun wapens marcheren enzovoort. Toch hadden ze niet alleen een lange nachtmars achter de rug, ze hadden ook een lange dag van vechten voor de boeg. De langste dag ooit, zo blijkt, want deze dag werd verlengd. Dus in dit bijzondere geval hadden ze echt een lange strijd.

^p23

### 4. God verslaat de vijand met hagelstenen

*8:13 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h4*

> En de HEERE bracht hen in verwarring voor Israël. Hij bracht hun bij Gibeon een grote slag toe, achtervolgde hen op de weg omhoog naar Beth-Horon, en versloeg hen tot Azeka en tot Makkeda toe.
>
> — Jozua 10:10

^p24

Beth-Horon is een bergpas. Blijkbaar begonnen deze mensen zich door die bergpassen terug te trekken zodra Israël verscheen en hen begon aan te vallen. Als ze door de passen heen konden komen, zouden ze misschien hun steden weer kunnen bereiken en het voor Israël moeilijker kunnen maken om hen te verslaan. Natuurlijk zouden deze mensen nog steeds verslagen moeten worden als ze hun ommuurde steden weer bereikten en de poorten sloten, maar het zou veel moeilijker zijn. Het zou dan neerkomen op het aanvallen van een ommuurde stad in plaats van een groep kwetsbare troepen in het open veld. Dus deze mensen probeerden door deze pas te ontsnappen.

^p25

Waar Azeka en Makkeda lagen, is tegenwoordig niet precies vast te stellen. We weten niet zeker waar die plaatsen precies liggen, al wordt Makkeda een nieuwe uitvalsbasis voor Jozua, vanwaar hij verdere veldslagen in het zuidelijke gebied begint.

^p26

Vers 11:

^p27

> Het gebeurde, toen zij voor Israël vluchtten en de helling van Beth-Horon af gingen , dat de HEERE vanuit de hemel grote stenen op hen wierp, tot Azeka toe, zodat zij stierven. Er waren er meer die door de hagelstenen stierven, dan die de Israëlieten met het zwaard doodden.
>
> — Jozua 10:11

^p28

Die afdaling betekent dat ze de bergpas over waren gekomen. Ze waren nu aan de andere kant, bijna in veiligheid. God liet hen niet in veiligheid komen.

^p29

Als je gewapende mannen hebt, vermoedelijk met helmen op en dergelijke, en er toch mannen door hagelstenen worden gedood, dan zijn dat flinke hagelstenen. Het boek Openbaring spreekt over hagelstenen van honderd pond. Vertalersnoot: de spreker gebruikt hier de Engelse gewichtsweergave ‘100 pounds’. De HSV zegt in Openbaring 16:21 ‘elk ongeveer een talent pond zwaar’. De hierna volgende vergelijking volgt de Engelse gewichtsweergave. Die zouden je als een insect verpletteren als ze je toevallig raakten. Een gewicht van honderd pond is alsof er vanaf de top van een wolkenkrabber een kleine kluis op je valt. Honderd pond zou ontzettend veel zijn. Deze waren waarschijnlijk niet zo groot. Zo groot hoefden ze ook niet te zijn om mensen te doden.

^p30

Ook tegenwoordig vallen er op sommige plaatsen af en toe echt enorme hagelstenen. Ik heb gehoord dat er in Texas hagelstenen zo groot als softballen zijn gevallen. Een hagelsteen zo groot als een softbal maakt een behoorlijk flinke deuk in het stalen dak van een auto als hij daarop terechtkomt. Als een hagelsteen van die grootte iemand op zijn hoofd raakt, maakt hij ook een behoorlijk flinke deuk in dat hoofd. Waarschijnlijk barst de schedel. Dit waren dodelijke hagelstenen.

^p31

Het wonder hier zat niet alleen in de grootte van de hagelstenen en de dodelijkheid van de hagelbui, maar ook in het feit dat de Israëlieten er niet óók door werden gedood. Als je in een gevecht je vijanden achtervolgt en er vallen hagelstenen die je vijanden doden, terwijl jij ze allemaal ontwijkt, dan is dat behoorlijk knap. Tenzij we moeten begrijpen dat deze mensen wat afstand tussen zichzelf en Israël hadden weten te krijgen. Degenen die tijdens hun vlucht het verst bij de oprukkende Israëlieten vandaan waren, stonden bijna op het punt te ontkomen. Daarom schakelde God hen met hagelstenen uit.

^p32

Maar aangezien ze op de afdaling van Beth-Horon waren, betekent dit dat ze aan de andere kant van de heuvels waren. Misschien viel de hagelbui aan de andere kant van de heuvel en waren de Israëlieten nog niet zo ver gekomen, zodat ze geen gevaar liepen. Hoe dan ook, dat is één manier waarop God Israël in dit geval op wonderbaarlijke wijze hielp. De andere komt nu.

^p33

### 5. De stilstaande zon en het Boek des Oprechten

*12:04 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h5*

Vers 12:

^p34

> [12] Toen sprak Jozua tot de HEERE op de dag dat de HEERE de Amorieten aan de Israëlieten overgaf, en hij zei voor de ogen van Israël: Zon, sta stil in Gibeon, en maan, in het dal van Ajalon! [13] En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich aan zijn vijanden had gewroken. Is dit niet geschreven in het Boek van de Oprechte? De zon stond stil in het midden van de hemel en haastte zich niet om onder te gaan, ongeveer een volle dag.
>
> — Jozua 10:12-13

^p35

> En er is geen dag geweest als deze, daarvoor niet en ook daarna niet, waarop de HEERE de stem van een mens zó verhoorde. De HEERE streed immers voor Israël.
>
> — Jozua 10:14

^p36

Er is nooit zo'n dag geweest, staat er, daarvoor of daarna, Nu heeft God natuurlijk in bepaalde opzichten bij veel gelegenheden gehoor gegeven aan de stem van mensen, misschien niet in deze zin. Maar wat gebeurde hier nu eigenlijk? De woorden die Jozua sprak, worden hier als poëzie weergegeven. Het zou zelfs een citaat uit het boek van de Oprechte kunnen zijn, waarvan hier wordt gezegd dat deze informatie erin staat.

^p37

Even terzijde: het Boek des Oprechten wordt twee keer in de Schrift genoemd: hier en in 2 Samuel hoofdstuk 1. In beide gevallen wordt er poëzie uit het Boek des Oprechten aangehaald, en beide keren gaat het om bepaalde veldslagen van Israël. Het woord Jasher betekent oprecht, dus blijkbaar heette het boek ‘Het Boek des Oprechten’. Hoewel we het Boek des Oprechten niet meer hebben, kun je in een winkel wel een Boek des Oprechten kopen, maar dat is niet hetzelfde boek. Blijkbaar heeft iemand bedacht dat er misschien wel een markt voor zou zijn, aangezien de Bijbel het Boek des Oprechten noemt.

^p38

Het Boek des Oprechten was blijkbaar een verzameling oorlogsliederen. Voordat we het over dit lied hebben: als je het andere wilt bekijken dat we kennen, dat staat in 2 Samuel hoofdstuk 1. Daarin staat een klaaglied dat David uitsprak toen hem de dood van Saul en de dood van Jonathan werden gemeld. Hij zong een lied. David was natuurlijk een musicus, een liedjesschrijver. Hij schreef veel van de Psalmen, en hij componeerde een lied dat het Lied van de Boog ging heten. In 2 Samuel 1:18 staat:

^p39

> Hij zei dat men de nakomelingen van Juda het Lied van de boog zou leren. Zie, het is geschreven in het Boek van de Oprechte.
>
> — 2 Samuel 1:18

^p40

David schreef het, maar het werd later opgenomen in deze verzameling oorlogsliederen. Het was een van Davids liederen, gezongen bij deze gelegenheid.

^p41

Je kunt in 2 Samuel hoofdstuk 1, vers 19 tot en met 27, de inhoud vinden van dit specifieke lied, dat ook in het Boek des Oprechten staat. Blijkbaar stonden veel van de heldhaftige veldslagen en dergelijke van Israël in dit boek. Een daarvan bevatte het verslag van Jozua die de zon beval stil te staan.

^p42

### 6. Jozua beveelt de zon stil te staan

*15:02 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h6*

Terug naar Jozua 10. Daar staat:

^p43

Jozua zei waar heel Israël bij was: Zon, sta stil boven Gibeon, en maan, in het dal van Ajalon. Dus de zon bleef stilstaan en de maan stopte tot het volk wraak had genomen op zijn vijanden.

^p44

Dit lijkt inderdaad een uniek geval te zijn waarin God naar de stem van een mens luisterde, want dit was geen geval van een verhoord gebed. Hij bad niet. Hij zei niet: ‘God, wilt U alstublieft de zon laten stilstaan.’ Hij beval de zon, en die gehoorzaamde. Dat komt niet erg vaak voor, totdat Jezus op het toneel verschijnt. Wanneer Jezus op het toneel verschijnt, spreekt ook Hij het weer toe. Hij spreekt demonen toe, Hij spreekt koortsen toe en Hij spreekt dode mensen toe. En ze gehoorzamen Hem.

^p45

Hoewel de Bijbel ons vertelt dat Hij heel veel bad, lijkt Hij geen wonderen te hebben gedaan door te bidden. Hij deed wonderen door dode mensen te bevelen op te staan, golven te bevelen te stoppen, wind te bevelen te gaan liggen en demonen te bevelen uit te gaan. Dat is niet hetzelfde als bidden. Daarmee spreek je God niet aan. Daarmee spreek je iets anders aan. Voor zover ik me kan herinneren, vinden we nergens in het Oude Testament andere voorbeelden daarvan. We vinden wel verhoorde gebeden, maar we vinden geen mens die de natuur beveelt hem te gehoorzamen.

^p46

Dat is misschien waarom er wordt gezegd:

^p47

Er is daarvoor of daarna nooit meer zo'n dag geweest waarop God luisterde naar wat een mens zei.

^p48

Dat wil zeggen: God stond een mens toe om bevoegdheden uit te oefenen die aan God toekomen en te spreken alsof hij God was. En God steunde hem daarin en liet het gebeuren.

^p49

### 7. De draaiende aarde en Gods almacht

*16:56 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h7*

Maar wat gebeurde hier? Dit is het enige geval in de Bijbel waarin we lezen dat de zon stilstaat, als dat tenminste is wat hier gebeurde. Er is nog een ander geval in de Schrift, dat op drie plaatsen is opgetekend: in Jesaja, in 2 Koningen en ook in 2 Kronieken. Hizkia lag op sterven en vroeg om een teken. Toen de profeet Jesaja hem vertelde dat hij genezen zou worden, vroeg hij om een teken daarvan. Jesaja zei dat de schaduw op de zonnewijzer tien graden achteruit zou gaan.

^p50

Over het algemeen neemt men aan dat als de schaduw achteruitging, de zon dus aan de hemel achteruit moet zijn gegaan. Misschien is dat niet zo. Misschien ging de zon niet achteruit. Misschien ging alleen de schaduw op wonderbaarlijke wijze achteruit. Ik weet het niet. Maar het lijkt wel te betekenen dat de zon achteruitging.

^p51

Het probleem met zulke verhalen is dat mensen zeggen: ‘We weten zoveel meer van astronomie dan zij destijds.’ Misschien hadden zij het idee dat de aarde een plat vlak was en dat de zon een klein voorwerp was dat er elke dag overheen ging. Als die achteruit of vooruit zou gaan, zou dat niet al te veel verstoren, want hij staat daar ver weg aan de hemel. God zou de zon kunnen verplaatsen zonder dat het veel invloed op de aarde had. Maar natuurlijk weten we nu dat de zon niet echt beweegt ten opzichte van de aarde; de aarde beweegt ten opzichte van de zon.

^p52

Als de zon stilstaat of achteruitgaat, brengt dat in werkelijkheid veranderingen in de beweging van de aarde met zich mee. Aangezien de aarde bij de evenaar met een snelheid van duizend mijl per uur ronddraait, is het moeilijk je voor te stellen dat ze abrupt tot stilstand komt zonder dat alles in chaos verandert. Zelfs als je met zestig mijl per uur rijdt en tegen een bakstenen muur botst, vliegt alles in de auto door de voorruit. Als de aarde met duizend mijl per uur ronddraait en God haar dan stilzet, zullen alle bomen omvallen; alles zal ontregeld raken. Als Hij haar achteruit laat draaien, als Hij haar in de achteruit zet, lijkt het nog erger te worden.

^p53

Mensen voeren aan dat het onrealistisch is op grond van wat we nu weten over de beweging van de aarde ten opzichte van de zon, iets wat zij destijds vermoedelijk niet wisten. Het is onmogelijk om deze verhalen serieus te nemen vanwege de enorme schade die zou worden aangericht. Dat bezwaar houdt er duidelijk geen rekening mee dat dezelfde God Die de aarde kon laten stilstaan, ook alles op zijn plaats kon houden. Wij kennen geen natuurlijke kracht die de aarde zou kunnen laten stilstaan. Maar we kennen wel een bovennatuurlijk Wezen Dat zulke dingen kan doen. Als Hij dat kan, wat kan Hij dan niet?

^p54

Als God de aarde wil laten stilstaan zonder de bomen en gebouwen en alles omver te gooien, neem ik niet aan dat dat zal gebeuren. Ik neem niet aan dat dat voor Hem moeilijker is dan de aarde te laten stilstaan en ze wel te laten omvallen. Hij kan doen wat Hij wil doen. Hij heeft alles in de hand. Als we iets leren van een verhaal als dit, dan is het duidelijk wel dat God alles kan doen, ook de zon laten stoppen met haar beweging langs de hemel.

^p55

Natuurlijk gaat het bezwaar er ook van uit dat het een abrupte stop was. Als ik met een verkeersvliegtuig reis, dan vliegt dat ongeveer achthonderd kilometer per uur. Toch kunnen ze binnen een afstand van een paar kilometer of minder op een landingsbaan landen. We vliegen bij de landing niet allemaal door de voorruit van het vliegtuig. Soms gaat het een beetje ruw, maar je kunt iets dat achthonderd kilometer per uur beweegt in elk geval binnen een paar minuten tot stilstand brengen. Dat weet ik, want dat doen ze voortdurend wanneer ze vliegtuigen laten landen. Bij zestienhonderd kilometer per uur zou het misschien wat langer duren, als je hetzelfde effect probeert te bereiken.

^p56

Met andere woorden, God hoeft niet zomaar op de rem te trappen, zodat alles onmiddellijk stilstaat. Hij zou het gewoon geleidelijk kunnen vertragen totdat het niet meer beweegt. Als Hij dat wilde, zou daardoor niet alles omvallen. Maar waar het om gaat, is dat God alles kan doen wat Hij wil doen. Als Hij dat niet kan, dan is het verhaal verzonnen. Als Hij dat wel kan, dan is er geen probleem met het verhaal. Daar gaat het om. Is er een God Die dit soort dingen kan doen, of niet?

^p57

### 8. Lichtbreking en dichterlijke taal

*21:26 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h8*

Nu zeggen veel mensen dat er eigenlijk niet eens van ons gevraagd wordt te geloven dat dit is wat er gebeurde, omdat we de bewoording verkeerd begrijpen. Sommigen zeggen dat de zon niet letterlijk in de lucht bleef stilstaan, of dat de aarde niet letterlijk bleef stilstaan waardoor de zon leek stil te staan, maar dat God een ander soort wonder deed. Dat Hij het licht zo brak dat, hoewel de zon gewoon verderging, die lichtbreking op de een of andere manier op dat deel van de aarde bleef voortduren. Daardoor bleef het zonlicht hen een tijdlang verlichten. Het was niet werkelijk dat wonder van een letterlijk tot stilstand komen, maar alleen een zichtbaar verschijnsel.

^p58

Hetzelfde hebben mensen weleens gezegd over de zon die achteruitging op de zonnewijzer. Je hoeft niet te geloven dat de zon achteruitging; de schaduw ging achteruit. Nu zou dat bovennatuurlijk moeten zijn, maar God zou een schaduw op een zonnewijzer kunnen maken zonder de zon de andere kant op te laten bewegen. Er zijn verschillende manieren, zeggen ze, waarop dit tot stand gebracht zou kunnen zijn. Het is niet nodig, vooral omdat het in poëzie wordt verteld. Als het geen poëzie was, zouden we ons meer genoodzaakt zien het als een zakelijk verslag op te vatten.

^p59

Maar poëzie verfraait de dingen vaak. Toen bijvoorbeeld Debora en Barak Sisera en de vijanden van Israël versloegen in het boek Richteren, in hoofdstuk 5, en ze een dichterlijk lied over die strijd zongen, stond er:

^p60

> Vanuit de hemel streden zij, vanuit hun banen streden de sterren tegen Sisera.
>
> — Richteren 5:20

^p61

Dat is dichterlijke, bloemrijke taal. De sterren kwamen niet naar beneden om tegen Sisera te vechten. Dit soort taal is niet ongebruikelijk in Hebreeuwse poëzie.

^p62

### 9. De betekenis van het bevel aan de zon

*23:15 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h9*

Met andere woorden, sommigen zeggen dat er eigenlijk niet eens van ons gevraagd wordt iets zo ingrijpends te geloven als dat de zon werkelijk stilstond gedurende een bepaalde tijd. Sommige geleerden zeggen zelfs, en iedereen is het daarmee eens, dat het Hebreeuwse woord voor ‘stilstaan’ eigenlijk ‘zwijgen’ is. De spreker geeft hier als letterlijke vertaling uit het Hebreeuws: ‘Zon, zwijg boven Gibeon.’ Ter vergelijking luidt het volledige vers in de HSV:

^p63

> Toen sprak Jozua tot de HEERE op de dag dat de HEERE de Amorieten aan de Israëlieten overgaf, en hij zei voor de ogen van Israël: Zon, sta stil in Gibeon, en maan, in het dal van Ajalon!
>
> — Jozua 10:12

^p64

Met ‘zwijg’ geeft de spreker de volgens hem letterlijke vertaling weer. Maar wat betekent ‘zwijgen’? De zon zwijgt altijd. Het is dus duidelijk beeldspraak. Het is iets dichterlijks. Wat vraag je de zon te doen wanneer je haar zegt te zwijgen? Op te houden met bewegen? Nou, zo wordt het in onze Bijbels meestal vertaald:

^p65

Wees stil.

^p66

De zon zeggen te zwijgen kan betekenen dat je de zon zegt stil te staan, of misschien op te houden met schijnen. Sommigen denken dat hier wordt gezegd dat de hagelstorm de vijand zo goed aan het verslaan was dat Jozua niet wilde dat die voortijdig ophield, voordat de hele vijand vernietigd was. Dus vroeg hij of het licht van de zon niet langer wilde schijnen. Met andere woorden, hij vraagt of de wolken en de hagelstorm willen aanhouden totdat de strijd voorbij is. Aan het einde van vers dertien:

^p67

> En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich aan zijn vijanden had gewroken. Is dit niet geschreven in het Boek van de Oprechte? De zon stond stil in het midden van de hemel en haastte zich niet om onder te gaan, ongeveer een volle dag.
>
> — Jozua 10:13

^p68

totdat alle vijanden dood waren.

^p69

Er zijn hierover heel wat suggesties gedaan, maar ik moet zeggen: als een andere verklaring dan de meest traditionele uitleg klopt, dan verklaart dat nauwelijks waarom er in vers 14 staat dat er nog nooit zo'n dag geweest was. De traditionele uitleg is dat de zon werkelijk stilstond, of dat de aarde stilstond en de zon leek stil te staan. Dat is de traditionele uitleg. Als een van de andere mogelijkheden die mensen voorstellen waar is, verklaart dat die uitspraak nauwelijks. Als de hagelbui gewoon langer aanhield en het licht van de zon lange tijd werd tegengehouden, is dat dan echt zo ongewoon? Gebeurt het niet vrij vaak dat het licht van de zon weken achtereen door wolken wordt tegengehouden? Dat is nu niet bepaald zo bijzonder. Het lijkt er dus echt op dat ons hier wordt verteld dat er een uniek wonder plaatsvond.

^p70

### 10. Het NASA-verhaal over een ontbrekende dag

*26:11 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h10*

Voor het geval je die berichten hebt gehoord, wil ik iets duidelijk maken: er is hiervoor geen bevestiging van NASA. Het is een soort broodjeaapverhaal dat al minstens veertig jaar de ronde doet. Ik hoorde het voor het eerst in de jaren zeventig. Ruimtewetenschappers bij NASA moeten, omdat ze satellieten de ruimte in sturen, jaren van tevoren berekenen waar planeten en dergelijke zich zullen bevinden. Daarom gebruiken ze die computermodellen om te zien waar alles zich zal bevinden, om ervoor te zorgen dat hun satellieten botsingen vermijden, enzovoort.

^p71

Het verhaal gaat als volgt: ze voerden die computersimulaties uit en besloten om die voor de lol achteruit te laten lopen. Misschien besloot iemand tijdens een koffiepauze of zo te zeggen: ‘Nou, laten we dit eens achteruit laten lopen.’ Zo ontdekten ze dat er een dag en twintig minuten ontbraken, of zoiets, een paar minuten. De wetenschappers stonden voor een raadsel en probeerden uit te zoeken hoe dat mogelijk was. Er ontbreekt een dag. De computer ontdekt een ontbrekende dag en, laten we zeggen, twintig minuten. Ik ben de precieze tijd vergeten.

^p72

Een van de ruimtewetenschappers was als kind naar de zondagsschool geweest en zei: ‘Maar de Bijbel zegt dat de zon bij een bepaalde gelegenheid een hele dag stilstond. Dat zou dus die ontbrekende dag verklaren. En die twintig minuten zouden kunnen komen van het moment waarop de schaduw op de zonnewijzer tien graden terugging.’ Dus, bevestiging vanuit de wetenschap dat die dingen echt zijn gebeurd.

^p73

Nou, mensen die willen weten of zulke verhalen waar zijn, gaan dat soms onderzoeken. Niemand bij NASA weet er iets van dat dit ooit is gebeurd. Veel mensen zeggen dat je daar met dit soort simulaties sowieso niet achter zou kunnen komen. Hoe ontdek je een ontbrekende dag? De planeten bevinden zich waar ze zich bevinden, en je kijkt niet werkelijk naar hun feitelijke positie vóór een bepaald tijdstip en na een bepaald tijdstip. Je laat een computermodel berekenen waar ze zich zouden bevinden ten opzichte van waar ze nu zijn. Als er een dag had ontbroken, zou die bij zulke onderzoeken onzichtbaar blijven.

^p74

Hoe dan ook, het punt is dat christenen dit verhaal soms doorvertellen, want waarom niet? Als je denkt dat het waar is, vertel je het door. Het doet de ronde op internet. Het gaat al langer rond dan internet bestaat. Maar het is blijkbaar niet waar, dus probeer niet te bewijzen dat de Bijbel waar is door juist dat verhaal aan te halen. Het is al heel, heel vaak aangehaald.

^p75

Maar ook al hebben ze het bij NASA niet bewezen, dat betekent niet dat het niet is gebeurd. Het staat opgetekend in twee boeken, Jozua en het boek van de Oprechte. Twee getuigen.

^p76

> En er staat ook in uw wet geschreven dat het getuigenis van twee mensen waar is.
>
> — Johannes 8:17

^p77

Eigenlijk is niet alles wat twee getuigen zeggen noodzakelijkerwijs waar, maar we hebben in elk geval niet slechts één getuige. Daarom wordt ons ongetwijfeld gezegd:

^p78

> [13] En de zon stond stil en de maan bleef staan, totdat het volk zich aan zijn vijanden had gewroken. Is dit niet geschreven in het Boek van de Oprechte? De zon stond stil in het midden van de hemel en haastte zich niet om onder te gaan, ongeveer een volle dag. [14] En er is geen dag geweest als deze, daarvoor niet en ook daarna niet, waarop de HEERE de stem van een mens zó verhoorde. De HEERE streed immers voor Israël.
>
> — Jozua 10:13-14

^p79

Met andere woorden, je hoeft mij niet te geloven. Hier is nog een ander getuigenis. Als het niet waar was, waarom zouden ze dat dan zeggen? Hoe dan ook, er is bevestiging vanuit een ander geschreven verslag.

^p80

### 11. De vertelvolgorde van het Oude Testament

*29:57 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h11*

Vers 15 zegt:

^p81

> Toen keerde Jozua terug en heel Israël met hem, naar het kamp in Gilgal.
>
> — Jozua 10:15

^p82

Dit wordt volgens mij buiten de chronologische volgorde vermeld. Dat brengt iets ter sprake waarmee we maar beter vertrouwd kunnen raken wanneer we de geschiedenis van het Oude Testament bestuderen: de manier waarop die is geschreven. Vaak wordt er een samenvattende uitspraak gedaan, en vervolgens wordt in het daaropvolgende gedeelte verteld wat er voorafging aan die gebeurtenis die in de samenvattende uitspraak werd genoemd.

^p83

In Genesis staat bijvoorbeeld:

^p84

> Ook had Jozef een droom, die hij aan zijn broers vertelde; daarom haatten zij hem nog meer.
>
> — Genesis 37:5

^p85

Vervolgens staat er:

^p86

En Jozef zei tegen zijn broers: Ik heb een droom gehad.

^p87

En dan wordt het verhaal verteld. Maar eerst werd die samenvattende uitspraak gedaan. ‘Wat je zo gaat lezen, is dat Jozef een droom had, en toen hij die aan zijn broers vertelde, haatten ze hem. Laat ik je nu de bijzonderheden vertellen.’ Je kreeg alvast de hoofdpunten: ‘Het verhaal na deze reclame.’ Zo wordt de geschiedenis in het Oude Testament vaak verteld. Je krijgt een uitspraak over iets wat uiteindelijk gebeurde, en dan gaat het verhaal terug en vertelt het de voorgeschiedenis die tot die gebeurtenis leidt.

^p88

Zijn daadwerkelijke terugkeer naar Gilgal vond plaats aan het einde van de strijd, maar de rest van het hoofdstuk laat zien dat hij op dit moment de strijd voortzette. In vers 43:

^p89

> Toen keerde Jozua terug naar het kamp in Gilgal, en heel Israël met hem.
>
> — Jozua 10:43

^p90

Hij was op dit moment niet in Gilgal. Ze hadden ruim dertig kilometer gemarcheerd om te komen waar ze nu waren. Ze gingen niet ruim dertig kilometer terug om vervolgens weer naar Makkeda te gaan en de dingen te doen die we zo gaan lezen. De verwijzing in vers 15 naar zijn terugkeer naar Gilgal loopt dus in wezen vooruit op vers 43. Maar nu gaat de tekst ons vertellen wat er onderweg naar Gilgal gebeurde, voordat hij daadwerkelijk terugkeerde, want het staat niet in chronologische volgorde.

^p91

Eigenlijk zijn er nogal wat problemen met de chronologische volgorde in sommige van deze hoofdstukken van Jozua, en zelfs in de eerste hoofdstukken van Richteren. Het lijkt erop dat ze dingen niet op volgorde vertellen. Dan vertellen ze iets anders, en vervolgens gaan ze terug en vertellen ze dat eerdere gebeuren opnieuw. Dat kan soms een beetje verwarrend zijn.

^p92

Films doen dat ook. Dat is waar. Films doen dat voortdurend. In sommige van mijn lievelingsfilms zie je in de openingsscène zelfs iemand iets doen, en je weet niet hoe die persoon daar terechtgekomen is of waarom hij dat doet. Dan springt de film terug naar de eerdere gebeurtenissen die leiden tot wat je aan het begin zag. Dat is een legitieme manier om een verhaal te vertellen.

^p93

Hij ging op dit moment dus niet echt terug naar Gilgal. Maar nu de strijd tegen deze mensen bij Beth-Horon in wezen gewonnen was, kon hij zich erop richten om terug te keren naar Gilgal. Maar onderweg moesten er nog een paar dingen afgehandeld worden.

^p94

### 12. De vijf koningen opgesloten in een grot

*33:03 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h12*

Vers 16:

^p95

> Maar die vijf koningen waren gevlucht en hadden zich verborgen in de grot bij Makkeda.
>
> — Jozua 10:16

^p96

Terwijl hun legers dus over Beth-Horon vluchtten, besloten de vijf koningen samen hun toevlucht te zoeken in een grot, waar ze uiteraard hoopten niet gevonden te worden. Maar blijkbaar werden ze in de gaten gehouden, en iemand zag waar ze heen gingen.

^p97

> [17] En aan Jozua werd verteld: De vijf koningen zijn gevonden, verborgen in de grot bij Makkeda. [18] Toen zei Jozua: Rol grote stenen voor de ingang van de grot en stel er mannen over aan om hen te bewaken. [19] En u, sta niet stil, achtervolg uw vijanden en overval hen in de achterhoede. Laat hen niet in hun steden komen, want de HEERE, uw God, heeft hen in uw hand gegeven.
>
> — Jozua 10:17-19

^p98

Laat je er op dit moment dus niet door afleiden dat je met deze koningen moet afrekenen. Want we moeten hun troepen inhalen voordat ze terugkomen in hun ommuurde steden en ergens zijn waar ze enigszins beschermd kunnen worden. Blijf de vijand achtervolgen, maar sluit de koningen gewoon op in de grot, tot later. Zet er een of twee bewakers neer om hen in de gaten te houden. Dan zullen we met hen afrekenen wanneer de strijd echt voorbij is.

^p99

Vers 20:

^p100

> En het gebeurde, toen Jozua en de Israëlieten geëindigd hadden hun een zeer grote slag toe te brengen, zodat zij allen omgekomen waren (hoewel enkele overgeblevenen van hen ontkomen waren en in de versterkte steden gekomen waren),
>
> — Jozua 10:20

^p101

Een paar van hen kwamen daar dus toch aan. Blijkbaar hadden die versterkte steden waarschijnlijk geen erg grote bevolking meer tegen de tijd dat die paar daar aankwamen. Want er was een zeer grote slachting aangericht onder degenen die erheen op weg waren en er niet in slaagden aan te komen.

^p102

> dat heel het volk in vrede terugkeerde naar Jozua in het kamp, bij Makkeda. Niemand had zijn tong tegen iemand van de Israëlieten durven roeren.
>
> — Jozua 10:21

^p103

Dit Makkeda, waar de koningen in een grot zaten, werd dus gewoon de volgende legerplaats van Israël en de uitvalsbasis voor verdere strijd later. Ze keerden in vrede terug.

^p104

Dat wil zeggen: al hun vijanden, zelfs iedereen die iets tegen hen zou zeggen, waren er zo ongeveer niet meer. Ze hadden afgerekend met iedereen die zich tegen hen zou verzetten, zelfs met iemand die zich alleen met woorden tegen hen zou verzetten. Dat is gewoon een overdrijving om te zeggen dat er in die strijd helemaal geen tegenstand meer over was.

^p105

### 13. De terechtstelling van de vijf koningen

*35:33 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h13*

> [22] Daarna zei Jozua: Open de ingang van de grot, en breng die vijf koningen naar buiten, uit die grot, naar mij toe. [23] Dat deden zij en zij brachten die vijf koningen naar buiten, uit de grot, naar hem toe: de koning van Jeruzalem, de koning van Hebron, de koning van Jarmuth, de koning van Lachis, en de koning van Eglon. [24] En het gebeurde, toen zij die koningen naar buiten gebracht hadden naar Jozua, dat Jozua al de mannen van Israël riep. Hij zei tegen de aanvoerders van de strijdbare mannen die met hem meegegaan waren: Kom naar voren, zet uw voet op de nek van deze koningen. En zij kwamen naar voren en zetten hun voet op hun nek. [25] Toen zei Jozua tegen hen: Wees niet bevreesd en wees niet ontsteld, wees sterk en moedig, want zo zal de HEERE doen met al uw vijanden tegen wie u strijdt. [26] Vervolgens sloeg Jozua hen neer, doodde hen en hing hen op aan vijf palen. En zij hingen tot de avond aan de palen. [27] Het gebeurde tegen de tijd dat de zon onderging, dat Jozua gebood hen van de palen af te halen, en zij wierpen hen in de grot waarin zij verborgen geweest waren. En zij legden grote stenen voor de ingang van de grot, die daar zijn tot op de huidige dag.
>
> — Jozua 10:22-27

^p106

Dit klinkt ons natuurlijk behoorlijk barbaars in de oren. Neem deze vijf mannen, die zich niet kunnen verdedigen, ongetwijfeld ongewapend. Of als ze gewapend waren, zouden ze al snel ontwapend worden. Leg dan hun hoofd en nek op de grond, zet je voeten op hen en zeg: ‘Nu ga ik deze mannen als afschrikwekkend voorbeeld gebruiken.’ Ze zitten daar te luisteren, en dan wordt het zwaard in elk van hun kameraden gestoken. Het is gruwelijk. Het is afschuwelijk.

^p107

Maar we moeten bedenken dat er mensen zijn die zo’n behandeling verdienen, en nog erger. Naar alle waarschijnlijkheid hadden ze zelf anderen net zo behandeld. In een van de verhalen in het Oude Testament wordt een koning genoemd bij wie de duimen werden afgehakt toen hij gevangengenomen werd. Hij zei:

^p108

> Toen zei Adoni-Bezek: Zeventig koningen, van wie de duimen van hun handen en hun grote tenen afgehakt waren, zaten onder mijn tafel en raapten de kruimels op. Zoals ik met anderen gedaan heb, zo heeft God mij vergolden. En zij brachten hem naar Jeruzalem en hij stierf daar.
>
> — Richteren 1:7

^p109

Dus we zien deze mannen in hun kwetsbare laatste ogenblikken en denken: „Tjonge, ik heb toch wel een beetje medelijden met deze mannen. Wat kunnen ze beginnen tegen al die Israëlieten?” Het zijn maar vijf mannen tegenover die honderdduizenden vijanden. Het moet doodeng voor ze zijn geweest. Wat een afschuwelijke manier om aan je einde te komen. Wat afschuwelijk dat dit het laatste is waarvan je je bewust bent: er staat een voet op je nek en je wordt zo meteen doodgestoken of onthoofd of zoiets.

^p110

Maar hoeveel medeleven we ook met onze medemensen kunnen hebben, dit waren slechte mensen. Ze hadden hun baby’s ergere dingen aangedaan, om nog maar te zwijgen van hun vijanden op het slagveld. We weten niet hoeveel bloed deze mensen aan hun handen hadden.

^p111

### 14. De verovering van de zuidelijke steden

*38:54 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h14*

> Op die dag nam Jozua ook Makkeda in en sloeg het met de scherpte van het zwaard. Verder sloeg hij zijn koning met de ban, hen en al wat leefde wat daarin was. Hij liet geen overlevende over en deed met de koning van Makkeda zoals hij met de koning van Jericho gedaan had.
>
> — Jozua 10:28

^p112

> Daarop trok Jozua verder, en heel Israël met hem, van Makkeda naar Libna, en hij streed tegen Libna.
>
> — Jozua 10:29

^p113

Ik spreek Makkeda steeds anders uit omdat ik niet weet wat de juiste uitspraak is. De koning van Jericho wordt in al deze gevallen het voorbeeld waarnaar wordt verwezen, omdat dat het eerste geval was. Dus wat hij met Jericho had gedaan, herhaalde hij overal waar hij kwam.

^p114

Vers 30:

^p115

> En de HEERE gaf ook dat in de hand van Israël, met zijn koning. Hij sloeg het met de scherpte van het zwaard, en al wat leefde wat daarin was. Hij liet er geen overlevende overblijven en hij deed met zijn koning, zoals hij met de koning van Jericho gedaan had.
>
> — Jozua 10:30

^p116

> [31] Daarna trok Jozua verder en heel Israël met hem, van Libna naar Lachis. Hij belegerde het en streed ertegen. [32] Toen gaf de HEERE Lachis in de hand van Israël, en hij nam het in op de tweede dag. Hij sloeg het met de scherpte van het zwaard en al wat leefde wat daarin was, net zoals hij met Libna gedaan had. [33] Toen trok Horam op, de koning van Gezer, om Lachis te helpen. Maar Jozua versloeg hem en zijn volk, totdat hij hem geen overlevende had overgelaten.
>
> — Jozua 10:31-33

^p117

Dit waren in wezen de steden van die koningen die zojuist gedood waren. Sommige niet, maar hieronder vallen de vijf steden, Jeruzalem niet meegerekend, van de koningen die gevangengenomen en gedood waren. Nadat de koningen waren gedood, moesten ze de steden gaan veroveren. Want sommige mensen waren na hun terugtocht de versterkte steden in gegaan. Nu rekenen ze af met het resterende verzet.

^p118

> Vervolgens trok Jozua verder van Lachis naar Eglon en heel Israël met hem. Zij belegerden het en streden ertegen.
>
> — Jozua 10:34

^p119

vers 34.

^p120

> [35] Zij namen het op die dag in en sloegen het met de scherpte van het zwaard. En al wat leefde wat daarin was, sloeg hij die dag met de ban, net zoals hij met Lachis gedaan had. [36] Daarop trok Jozua op en heel Israël met hem, van Eglon naar Hebron, en zij streden ertegen.
>
> — Jozua 10:35-36

^p121

> En zij namen het in en sloegen het met de scherpte van het zwaard, zowel zijn koning als al de bijbehorende steden.
>
> — Jozua 10:37a

^p122

Dat moet een nieuwe koning zijn geweest, een opvolger. Er staat dat ze de koning doodden, maar hij had de koning van Hebron en de koning van Eglon al gedood. Ze hadden zich in een grot verstopt. Maar blijkbaar hadden hun zonen de positie van koning overgenomen.

^p123

Overigens kunnen deze oorlogen zich over weken of maanden hebben uitgestrekt. We krijgen de indruk dat dit allemaal op één dag gebeurde, omdat we er zo snel achter elkaar over lezen. Maar de mars van de ene stad naar de andere zou dagen duren. De veldtochten konden lang duren. Israël kan tussendoor gedurende bepaalde perioden rust hebben genomen. Al deze steden die ze veroverden, werden niet allemaal voor het vallen van de avond veroverd. De dag werd verlengd, maar niet zó lang. Waarschijnlijk volgden er dus nog weken of maanden. Natuurlijk was er na de dood van de koningen iemand anders die hen in hun afwezigheid had opgevolgd, al was het de volgende dag of een week later. Hun prins zou hun plaats hebben ingenomen. Dus telkens wanneer ze bij een van deze steden kwamen, waren er nieuwe koningen om te doden, hoewel ze in veel gevallen de koning van die steden al hadden gedood.

^p124

### 15. Debir en de grenzen van het veroverde gebied

*42:44 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h15*

Dus er staat in vers 38:

^p125

> Toen keerde Jozua en heel Israël met hem zich naar Debir, en hij streed ertegen.
>
> — Jozua 10:38

^p126

> En hij nam het in, met zijn koning, en al de bijbehorende steden. En zij sloegen het met de scherpte van het zwaard en sloegen al wat leefde wat daarin was met de ban; hij liet geen overlevende over. Zoals hij met Hebron gedaan had, zo deed hij met Debir en zijn koning, en zoals hij met Libna en zijn koning gedaan had.
>
> — Jozua 10:39

^p127

> [40] Zo versloeg Jozua heel het land, het Bergland, het Zuiderland, het Laagland en de hellingen, en al hun koningen. Hij liet geen overlevende over, ja, hij sloeg alles wat adem had met de ban, zoals de HEERE, de God van Israël, geboden had. [41] Jozua versloeg hen van Kades-Barnea af en tot Gaza toe, ook het hele land Gosen, en tot Gibeon toe.
>
> — Jozua 10:40-41

^p128

Nu, deze namen, Kades-Barnea, Gosen — er zijn plaatsen met soortgelijke namen. Gosen was natuurlijk het gebied in Egypte waar Israël in de dagen van Jakob naartoe trok. En Kades-Barnea was de naam van de plaats waar de verkenners in de dagen van Mozes voor het eerst vertrokken om het land te verkennen, en waar ze weer terugkwamen. Ik weet niet of dit hetzelfde Kades-Barnea is. Dat zou kunnen, maar het is beslist niet hetzelfde Gosen. Vaak hadden meerdere plaatsen soortgelijke namen. De naam Dan hoorde bij meer dan één plaats. Er was meer dan één Jericho. Er was meer dan één Bethel, of Bethanië.

^p129

Dit Gosen hier moet dus niet worden verward met het Gosen daar in het land Egypte. Ze trokken bij deze gelegenheid niet daarheen om te vechten. Kades-Barnea zou erbij kunnen horen, maar dat zou hoe dan ook aan de rand van het land liggen. Dat was namelijk de plaats vanwaar Mozes de verkenners had uitgezonden, als het hetzelfde Kades-Barnea is.

^p130

> [42] Jozua veroverde al deze koningen en hun land in één keer, want de HEERE, de God van Israël, streed voor Israël. [43] Toen keerde Jozua terug naar het kamp in Gilgal, en heel Israël met hem.
>
> — Jozua 10:42-43

^p131

### 16. Israëls opmars van het midden naar het zuiden

*44:51 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h16*

Dit was dus de verovering van het zuidelijke deel van het land. Toen ze voor het eerst het land binnenkwamen, was dat min of meer in het midden. Jericho lag zo ongeveer centraal tussen de noordelijke en westelijke gebieden van het land Israël, en Ai ook. Toen ze voor het eerst binnenkwamen, drongen ze dus door tot midden in het land. En misschien had God of Jozua een bepaalde strategie in gedachten om het zo aan te pakken. Want daardoor werden de zuidelijke Kanaänieten van de noordelijke Kanaänieten gescheiden, en konden ze niet gemakkelijk samenwerken tegen Jozua. De inwoners van het land werden van elkaar gescheiden doordat Israël door het midden trok en dat gebied bezette.

^p132

Toch hadden de noordelijke en zuidelijke koningen natuurlijk allemaal tegelijk kunnen komen, zodat Israël op twee fronten had moeten vechten. Maar het zou voor hen moeilijker zijn om samen plannen te smeden en een veldtocht te organiseren, omdat Israël zich in het middelste deel van het land bevond.

^p133

Maar nu ze het midden hebben ingenomen, hebben ze ook het zuiden ingenomen. Ik weet niet of dat hun bedoeling was. Ze namen deze zuidelijke gebieden in omdat die zuidelijke gebieden Gibeon aanvielen. Gibeon lag in het zuiden, en de andere Kanaänieten uit de omgeving wilden Gibeon straffen. Daardoor raakte Jozua erbij betrokken. En toen hij eenmaal met die vijf koningen had afgerekend, bleef hij gewoon doorgaan naar de volgende stad in de buurt en nam die ook in. Zo maakte hij in een vrij snelle opeenvolging korte metten met de tegenstand en veroverde hij het hele zuidelijke gebied.

^p134

### 17. Het noordelijke leger met paarden en wagens

*46:30 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h17*

Maar ten noorden van hun oorspronkelijke gebied, ten noorden van Jericho, was dit noordelijke gebied nog niet veroverd. En daarmee krijgen ze in hoofdstuk 11 te maken. En dat zullen we lezen. Er zal niet ontzettend veel commentaar bij nodig zijn, maar om bij de uiteindelijke verovering van de rest van het land te komen, moeten we het noorden nog behandelen. Hoofdstuk 10 laat zien hoe ze het zuiden veroverden, en nu zal hoofdstuk 11 gaan over hoe ze het noorden veroverden.

^p135

> [1] Het gebeurde daarna, toen Jabin, de koning van Hazor, dit hoorde, dat hij een bode stuurde naar Jobab, de koning van Madon, naar de koning van Simron, naar de koning van Achsaf, [2] naar de koningen die in het noorden in het Bergland, in de Vlakte ten zuiden van Kinneroth, in het Laagland en in de heuvels van Dor in het westen woonden , [3] naar de Kanaänieten in het oosten en in het westen, de Amorieten, de Hethieten, de Ferezieten en de Jebusieten in het Bergland en de Hevieten onder aan de Hermon, in het land van Mizpa.
>
> — Jozua 11:1-3

^p136

Dus niet alle Jebusieten woonden in Jeruzalem. Jeruzalem was een Jebusitische stad, maar blijkbaar waren er ook Jebusieten in het noordelijke gebied.

^p137

> [4] Zij trokken uit, en met hen al hun legers: veel volk, zo talrijk als de zand korrels die aan de oever van de zee zijn, en zeer veel paarden en wagens. [5] Al deze koningen verzamelden zich, en zij kwamen en sloegen gezamenlijk hun kamp op bij de wateren van Merom om tegen Israël te strijden.
>
> — Jozua 11:4-5

^p138

Jozua begint dus naam te maken, en in Kanaän nog wel een behoorlijk gehate naam, omdat hij overal waar hij komt overwinningen behaalt. Nadat hij Jericho en Ai had verslagen, dachten de koningen van het zuidelijke gebied dat ze hem met hun vijven wel aankonden. En hij rekende gemakkelijk met hen af, ruimde hen uit de weg. Blijkbaar vindt men in het noorden dus dat er een veel groter bondgenootschap nodig is om hem te weerstaan. We zullen zien dat zelfs dat niet genoeg is. Maar je kunt begrijpen waarom ze zoveel mogelijk mensen bijeen wilden brengen. Hij heeft zojuist een bondgenootschap van vijf belangrijke koningen in het zuiden verslagen. Dus verzamelt zich in het noorden een nog groter aantal tegen hem.

^p139

Dit is het grootste leger waar Israël tot nu toe tegenover heeft gestaan, en in sommige opzichten ook het zwaarst bewapende. Ze hadden paarden en strijdwagens. Israël heeft tot op dit moment nog nooit tegenover strijdwagens gestaan en heeft er zelf geen. Strijdwagens waren dus geduchte oorlogsvoertuigen, die een voordeel gaven aan degenen die ze hadden. In sommige gebieden hadden plaatsen ijzeren strijdwagens. We zien dat Israël bepaalde steden soms niet kon verslaan omdat ze ijzeren strijdwagens hadden. Deze mensen hadden strijdwagens, maar blijkbaar waren die van hout of een ander materiaal, en waren ze niet zo geducht. Maar er kwamen beslist grote aantallen vijanden aan, dus zei de Heere tegen Jozua:

^p140

Wees niet bang.

^p141

Dat is wat God steeds weer tegen Jozua moet zeggen:

^p142

> En de HEERE zei tegen Jozua: Wees niet bevreesd voor hen, want morgen om deze tijd zal Ik hen allen als gesneuvelden overgeven voor de ogen van Israël. Van hun paarden moet u de pezen doorsnijden en hun wagens met vuur verbranden.
>
> — Jozua 11:6

^p143

Maar er waren om hem heen heel wat dingen die angst konden oproepen.

^p144

Dus ook al kostte het waarschijnlijk dagen of weken of nog langer om het zuidelijke gebied te veroveren, omdat ze van stad naar stad moesten trekken, nu zouden ze niet zo ver hoeven te reizen. Alle slechteriken uit het noorden komen naar hen toe. We zullen vóór morgenavond met ze afrekenen. In één dag gaat hij het hele noordelijke gebied veroveren zonder erheen te gaan. Ze komen naar hem toe. Hij zegt:

^p145

Morgen zal Ik ervoor zorgen dat ze allemaal dood voor Israël liggen. Je moet de pezen van hun paarden doorsnijden en hun strijdwagens verbranden.

^p146

### 18. Vertrouwen op God in plaats van strijdwagens

*50:41 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h18*

Nou, paarden de pezen doorsnijden lijkt gewoon zo wreed. Dierenmishandeling. Mensen hebben daar bezwaar tegen. Mensen houden van paarden. Het zijn fijne dieren. Waarom moeten die arme paarden dan de pezen worden doorgesneden? Nou, paarden waren in die tijd geen huisdieren. Ze waren zelfs geen gebruikelijk vervoermiddel om van de ene plaats naar de andere te komen. Het waren oorlogsmachines. Als mensen van de ene plaats naar de andere wilden, reden ze niet op paarden. Ze reden op een ezel als ze die hadden, of op een muildier. Maar een paard werd speciaal voor de strijd gefokt. Dus als je de legers eenmaal hebt overwonnen, wat ga je dan met de paarden doen?

^p147

Natuurlijk zou de verleiding zijn: ‘Wauw, als we deze paarden houden, kunnen ze een behoorlijke strijdmacht voor ons vormen.’ Het is alsof je je vijand overwint en zijn tanks en zijn wapens en dat soort dingen buitmaakt en zegt: ‘Nu zijn we klaar voor de strijd.’ Maar God gaf hun de overwinning. Israël had geen paarden. Israël had niet veel militaire middelen. Dus als ze paarden en strijdwagens hadden, zouden ze in de verleiding kunnen komen daarop te vertrouwen. God draagt hun op:

^p148

Nee. Je snijdt hun pezen door.

^p149

Dat betekent dat ze de pees aan de achterkant van de voet doorsneden. Volgens sommige berichten doet dit het paard niet zo vreselijk veel pijn, maar het belangrijkste is dat het hen kreupel maakt. Ze worden er mank van. Ze kunnen worden gebruikt om een ploeg te trekken of iets dergelijks, maar rennen zullen ze niet meer. Voor militair gebruik zullen ze niet meer geschikt zijn. De bedoeling is om het militaire materieel onbruikbaar te maken, en dat zijn die paarden. Niet omdat ze bang zijn dat de Kanaänieten ze zullen gebruiken, want ze doden de Kanaänieten. Maar het gevaar is dat Israël ze zou gebruiken. Als de Israëlieten de vijanden eenmaal hadden overwonnen en die paarden in hun bezit hadden, zouden ze misschien paarden willen hebben.

^p150

Bedenk dat er in hoofdstuk 17 van Deuteronomium staat dat God zei:

^p151

> Wanneer jullie een koning hebben, mag hij voor zichzelf niet veel paarden verzamelen.
>
> — Deuteronomium 17:16

^p152

Dat mag hij niet doen. God wilde niet dat Israël een enorm leger had, want dan zouden ze daarop kunnen gaan vertrouwen. Er staat in Psalm 20, vers 7:

^p153

> Dezen vertrouwen op strijdwagens en die op paarden, maar wíj zullen de Naam van de HEERE, onze God in herinnering roepen.
>
> — Psalmen 20:8

^p154

Dat was Davids overtuiging. David was een krijgsman, maar hij wilde nooit op het punt komen dat hij op zijn paarden en zijn strijdwagens vertrouwde. Hij wilde op de Heere vertrouwen.

^p155

Dus door de paarden de pezen door te snijden, zou het voor Israël onmogelijk worden om in de toekomst in de verleiding te komen voor hun veiligheid op paarden te vertrouwen. Ze zouden op God moeten vertrouwen. Ze moesten de strijdwagens verbranden in plaats van ze voor hun leger te houden. Het lijkt fijn om die dingen te houden, maar God wilde niet dat ze een strijdmacht van strijdwagens en paarden hadden. Hij wilde dat ze Hemzelf hadden en niet op iets anders van die aard vertrouwden.

^p156

### 19. De overwinning bij Merom en de val van Hazor

*53:44 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h19*

Dus Jozua en al zijn soldaten overvielen hen bij het water van Merom en vielen hen aan. En de Heer gaf hen in de macht van Israël, dat hen versloeg en achtervolgde tot aan Groot-Sidon, tot aan de beek Misrefot en tot in het dal van Mizpa in het oosten. Ze vielen hen aan totdat er niemand meer over was. Dus Jozua deed met hen wat hem was opgedragen. Hij sneed de pezen van hun paarden door en verbrandde hun strijdwagens. Jozua keerde toen terug, nam Hazor in en doodde de koning met het zwaard. Hazor was vroeger de belangrijkste stad van al die koninkrijken. En ze doodden iedereen in de stad met het zwaard en roeiden de bevolking helemaal uit. Er bleef niemand in leven. Daarna stak hij Hazor in brand. Jozua nam dus alle steden van die koningen in en doodde alle koningen met het zwaard, en hij roeide hen helemaal uit, zoals Mozes, de dienaar van de Heer, had opgedragen.

^p157

> Alleen verbrandden de Israëlieten geen steden die op hun heuvel gelegen waren, behalve alleen Hazor; dat verbrandde Jozua.
>
> — Jozua 11:13

^p158

Dat zouden de tells zijn. Archeologen in het Midden-Oosten hebben het vaak over tells. Er zijn zelfs vindplaatsen die Tell zus en Tell zo heten. Een tell is een woord voor een heuvel die bestaat uit de ruïnes van opeenvolgende beschavingen op dezelfde plek. Er heeft ergens een stad gestaan, die werd verwoest, en er werd een andere stad bovenop gebouwd, die ook werd verwoest. Zo hebben er op verschillende tijdstippen achtereenvolgens steden op dezelfde plek gestaan, en daar ligt dan een heuvel. Dat wordt een tell genoemd. Veel archeologische opgravingen vinden plaats op locaties die Tell heten, gevolgd door een plaatsnaam. Daar verwijst het woord tell naar, en dat is wat hier eigenlijk wordt bedoeld.

^p159

> [14] En heel de buit van deze steden en het vee roofden de Israëlieten voor zichzelf. Maar alle mensen sloegen zij met de scherpte van het zwaard, totdat zij hen weggevaagd hadden; zij lieten niets over van wat adem had. [15] Zoals de HEERE aan Mozes, Zijn dienaar, geboden had, zo had Mozes aan Jozua geboden, en zo deed Jozua. Hij deed niet één woord af van alles wat de HEERE aan Mozes geboden had.
>
> — Jozua 11:14-15

^p160

### 20. Het veroverde land en de verdreven reuzen

*56:05 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h20*

In de rest van dit hoofdstuk krijgen we eenvoudig een overzicht van alle veroveringen, want die zijn nu allemaal voltooid.

^p161

> [16] Zo nam Jozua heel dit land in: het Bergland en heel het Zuiderland, heel het land Gosen, het Laagland, de Vlakte en het Bergland van Israël met zijn laagland; [17] van het Kale Gebergte af, dat oploopt naar Seïr, tot Baäl-Gad toe, in het dal van de Libanon, onder aan de berg Hermon. Ook al hun koningen nam hij gevangen en hij versloeg hen en doodde hen.
>
> — Jozua 11:16-17

^p162

Enzovoort, enzovoort. We hoeven al die plaatsnamen niet per se te lezen. Dit is een overzicht van wat we al gelezen hebben.

^p163

In vers 21 staat:

^p164

> In die tijd kwam Jozua en roeide de Enakieten uit, van het bergland, van Hebron, van Debir, van Anab en van het hele Bergland van Juda, en van het hele Bergland van Israël. Jozua sloeg hen met hun steden met de ban.
>
> — Jozua 11:21

^p165

Dat zijn de reuzen.

^p166

Dat zijn degenen die de Israëlieten zo veel angst hadden aangejaagd toen de verkenners veertig jaar eerder met hun verslag waren teruggekomen.

^p167

En in vers 22 staat:

^p168

> Er bleef niemand van de Enakieten over in het land van de Israëlieten. Alleen in Gaza, Gath en Asdod zijn er overgebleven.
>
> — Jozua 11:22

^p169

Gath is de stad waar Goliath later vandaan kwam, een van de reuzen. Maar de reuzen werden uit Israël uitgeroeid, behalve in een paar Filistijnse steden die niet veroverd werden. Israël veroverde het gebied van de Filistijnen niet, alleen dat van de Kanaänieten. Die Filistijnse steden lagen langs de kustvlakte van de Middellandse Zee.

^p170

> Zo nam Jozua heel dat land in, overeenkomstig alles wat de HEERE tegen Mozes gezegd had. Jozua gaf het aan Israël in erfelijk bezit, volgens hun afdelingen wat hun stammen betreft. En het land rustte van de strijd.
>
> — Jozua 11:23

^p171

### 21. Het land is gewonnen, de strijd gaat verder

*57:57 — https://versvoorvers.org/jozua/10-11#h21*

Zo komen we aan het einde van de verovering. De verovering heeft waarschijnlijk ongeveer zeven jaar geduurd. Verderop vinden we aanwijzingen voor die tijdsduur. Maar er waren nog steeds steden die niet veroverd waren, zoals heel duidelijk wordt gemaakt. Zelfs aan het einde van Jozua's leven, veel later, zei God:

^p172

> Jozua nu was oud en op dagen gekomen, en de HEERE zei tegen hem: U bent zelf oud geworden en op dagen gekomen, en er is nog zeer veel land overgebleven om dat in bezit te nemen.
>
> — Jozua 13:1

^p173

Waarom staat er dan dat hij het hele land veroverde? Wat ermee wordt gezegd, is duidelijk dat hij het land in handen had gekregen en alle tegenstand had onderworpen. Ze konden het land nu onder de stammen verdelen, en in feite waren de stammen er de eigenaar van. Er waren daar steden die hun nog steeds niet vriendelijk gezind waren, maar die niets tegen hen zouden durven ondernemen.

^p174

Er waren nog steeds vijanden te overwinnen. Zo overwin je ook, wanneer je christen wordt, op een bepaald niveau het vlees, zodat je nu niet voor het vlees leeft, maar voor God. Toch zijn er nog steeds gebieden van het vlees die overwonnen moeten worden. Je hebt nog steeds strijd te voeren. Je bereikt niet zomaar een punt waarop je geheiligd bent, heilig bent, en er geen vijanden meer te overwinnen zijn. Je hele leven zal een strijd zijn. En zolang Israël in het land was, waren er altijd wel Filistijnen of anderen die moeilijkheden veroorzaakten. Zo heeft God het gelaten. In het boek Richteren staat dat Hij enkele vijanden in het land liet, zodat de jongere generatie, die nooit oorlog had meegemaakt, het vermogen om te strijden niet zou verliezen, niet zou verslappen en het niet als vanzelfsprekend zou gaan beschouwen.

^p175

Het wordt dus samengevat met de uitspraak dat Jozua inderdaad het hele land innam en het veroverde, zoals het hem beloofd was. Maar je moet dat niet zo begrijpen dat ze alle Kanaänieten hadden uitgeroeid, zoals het doel was. Natuurlijk kon dat over een langere periode doorgaan. Zodra ze het land in handen hadden en het van hen was, konden ze waar nodig afzonderlijke veldslagen voeren en vooruitgang boeken. Maar ze hoefden niet te wachten tot de allerlaatste Kanaäniet dood was voordat ze het land als hun eigendom konden opeisen. En dat is wat we zien. Alle tegenstand was onderworpen. Dat is wat die samenvattende uitspraak daar inhoudt.

^p176

## Bijbelteksten in deze lezing

- [Jozua 10:1](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-1)
- [Jozua 10:1-2](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-1-2)
- [Psalmen 84:11](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#psalmen-84-11)
- [Jozua 10:3](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-3)
- [Jozua 10:4](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-4)
- [1 Petrus 4:4](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#1-petrus-4-4)
- [Jozua 10:5-6](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-5-6)
- [Jozua 10:7-8](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-7-8)
- [Jozua 10:9](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-9)
- [Jozua 10:10](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-10)
- [Jozua 10:11](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-11)
- [Jozua 10:12-13](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-12-13)
- [Jozua 10:14](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-14)
- [2 Samuel 1:18](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#2-samuel-1-18)
- [Richteren 5:20](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#richteren-5-20)
- [Jozua 10:12](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-12)
- [Jozua 10:13](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-13)
- [Johannes 8:17](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#johannes-8-17)
- [Jozua 10:13-14](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-13-14)
- [Jozua 10:15](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-15)
- [Genesis 37:5](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#genesis-37-5)
- [Jozua 10:43](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-43)
- [Jozua 10:16](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-16)
- [Jozua 10:17-19](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-17-19)
- [Jozua 10:20](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-20)
- [Jozua 10:21](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-21)
- [Jozua 10:22-27](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-22-27)
- [Richteren 1:7](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#richteren-1-7)
- [Jozua 10:28](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-28)
- [Jozua 10:29](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-29)
- [Jozua 10:30](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-30)
- [Jozua 10:31-33](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-31-33)
- [Jozua 10:34](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-34)
- [Jozua 10:35-36](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-35-36)
- [Jozua 10:37a](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-37a)
- [Jozua 10:38](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-38)
- [Jozua 10:39](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-39)
- [Jozua 10:40-41](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-40-41)
- [Jozua 10:42-43](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-10-42-43)
- [Jozua 11:1-3](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-11-1-3)
- [Jozua 11:4-5](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-11-4-5)
- [Jozua 11:6](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-11-6)
- [Deuteronomium 17:16](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#deuteronomium-17-16)
- [Psalmen 20:8](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#psalmen-20-8)
- [Jozua 11:13](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-11-13)
- [Jozua 11:14-15](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-11-14-15)
- [Jozua 11:16-17](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-11-16-17)
- [Jozua 11:21](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-11-21)
- [Jozua 11:22](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-11-22)
- [Jozua 11:23](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-11-23)
- [Jozua 13:1](https://versvoorvers.org/jozua/10-11#jozua-13-1)

---

Lezing van Steve Gregg. Nederlandse uitgave: Vers voor Vers, https://versvoorvers.org. Bijbeltekst uit de Herziene Statenvertaling, © 2010/2016 Stichting HSV.